Sporten met hart- en vaatziekten
door Frank Nusse
Tot nu toe is in deze rubriek alleen aandacht geschonken aan negatieve aspecten
van sportbeoefening in de vorm van blessures. Deze nadelen wegen echter lang
niet op tegen de voordelen.
Steeds meer blijkt het belang van sportbeoefening c.q. sportief bewegen in relatie
tot gezondheid. Nog niet zo lang geleden werd bij vele aandoeningen sporten
afgeraden. Nu blijkt dat sporten niet alleen mogelijk is, maar dat diverse aandoeningen
in ernst afnemen door bewegen of te sporten.
De kunst is echter wel bij een bepaalde aandoening de juiste sportvorm te kiezen
alsmede de mate waarin gesport wordt. Om hier een goed advies in te kunnen geven,
moet medische kennis gepaard worden aan sportieve kennis.
Met sportieve kennis wordt bedoeld, dat de belasting voor het lichaam bij de
diverse sporten goed ingeschat kan worden.
Een goed voorbeeld kan gegeven worden aan de hand van hart- en vaatziekten,
zoals hoge bloeddruk, angina pectoris, hartinfarct, aderverkalking, enz. Een
van de belangrijkste risicofactoren voor het krijgen van dit soort kwalen is
onvoldoende lichaamsbeweging, naast roken, overgewicht en een hoog cholesterolgehalte
in het bloed.
Hierbij werkt lichaamsbeweging dus preventief.
Indien men echter onverhoopt toch een aandoening oploopt, kan lichaamsbeweging
ook een belangrijke bijdrage vormen bij de behandeling.
Zo is wetenschappelijk bewezen, dat patienten met hoge bloeddruk baat hebben
bij het doen van een duursport, zoals stevig wandelen, hardlopen, fietsen, zwemmen
of roeien. Duursport wil zeggen dat de inspanning wel minimaal 30 minuten moet
worden volgehouden. Men hoeft daarbij vanzelfsprkenend niet voluit te gaan.
Om echt effect te krijgen is het wel noodzakelijk 3 x in de week te sporten.
Indien dit wordt volgehouden, zal bij vele patienten de bloeddruk zakken, waardoor
het mogelijk is medicijngebruik te verminderen of zelfs te stoppen.
Ook na een hartinfarct is het belangrijk weer in beweging te komen. Een hartinfarct
ontstaat door een afsluiting in een of meer kransslagaderen van het hart. Vroeger
werden patienten na een infarct 6 weken in bed gelegd, nu moet men zo snel mogelijk
uit bed, vaak al de eerste dag na het infarct. De zogenaamde hartrevalidatie
bestaat voor een belangrijk deel uit bewegen. Het is uitermate belangrijk het
gedeelte van het hart, dat niet beschadigd is zo optimaal mogelijk in conditie
te houden. Dit zal de kans op laterale complicaties aanzienlijk verkleinen.
Ook na een bypassoperatie, waarbij een deel van de kransslagaderen vervangen
wordt, geldt hetzelfde.
Aan de hand van een inspanningstest kan bepaald worden welk nivaeu van inspanning
haalbaar is. Het gebruik van een hartslagmeter kan daarbij een goed hulpmiddel
zijn om overbelasting te voorkomen.
Patienten met hart- en vaatziekten moeten dus in de regel veel bewegen binnen
veilige grenzen. Samenspraak tussen de behandelend specialist en sportarts kan
daarbij leiden tot een optimaal advies voor de patient.


